Functionele cookies

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.

Gepersonaliseerde informatie

Hiermee ontvangt u gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op uw internetgedrag.

Op 24 februari 2017 wees de Hoge Raad een belangrijk arrest met grote gevolgen voor de verjaringspraktijk. De Hoge Raad overweegt in het arrest dat het in bezit nemen van grond van een ander (in casus de gemeente) onrechtmatig handelen is waartegen schadevergoeding voor de voormalige eigenaar open kan staan. Met name voor grootgrondbezitters zoals gemeenten, provincies en waterschappen, waarbij het risico op verlies van eigendom door verjaring aanwezig is, is dit interessant.

Mogelijkheid tot het vorderen van schadevergoeding

Door het onrechtmatige bezit verliest de voormalig eigenaar zijn eigendom en lijdt hij schade. Een schadevergoeding kan bestaan uit een financiële vergoeding of een vergoeding in natura. Denk hierbij aan teruglevering van de betreffende grond aan de voormalige eigenaar.

Je kunt als voormalig eigenaar alleen een schadevergoeding krijgen als de ander te kwader trouw heeft gehandeld. Om een geslaagde vordering in te kunnen stellen, moet daarnaast worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • het eigendom moet minder dan twintig jaar geleden zijn verloren door verjaring (na eigendomsverlies geldt de verjaringstermijn van twintig jaar voor de vordering);
  • de voormalig eigenaar moet minder dan vijf jaar bekend zijn met de schade (het eigendomsverlies).

De voormalige grondeigenaar heeft dus de mogelijkheid om schadevergoeding te vorderen bij de inbezitnemer van de grond, eventueel in de vorm van teruglevering van de grond. Deze ontwikkeling draagt bij aan de zware toets voor verjaring. Zelfs al verkrijgt een bezitter door verjaring de grond, dan nog is het voortdurende gebruik daarvan niet zeker.

Wanneer kun je schadevergoeding eisen?

Als voormalig grondeigenaar moet je per geval beoordelen of je bij verjaring een schadevergoedingsvordering wil instellen. Ben je een overheidsinstantie, dan ben je ook nog gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dit betekent dat je per geval moet onderzoeken of het redelijk is tegenover de inbezitnemer (vaak een burger) om na afronding van het verjaringsdossier nog een schadevergoeding te eisen.

Dit kan het geval zijn als:

  • je als voormalig grondeigenaar de betreffende grond nodig hebt voor toekomstige ontwikkelingen, bijvoorbeeld als de strook grond een verkeersfunctie gaat vervullen;
  • de grond een hoge waarde heeft;
  • de erkenning van verjaring tot vermeende ongelijkheid leidt. Dit is bijvoorbeeld als de buren al lange tijd grond huren en dus geen beroep op verjaring kunnen doen.

In deze gevallen leidt de voormalig grondeigenaar daadwerkelijk aantoonbare schade waardoor het gerechtvaardigd kan zijn om een schadevergoeding te vorderen.

Stel als overheidsorganisatie richtlijnen op. Deze dienen als leidraad om te bepalen of een schadevergoedingsvordering uit hoofde van onrechtmatige daad wordt ingesteld tegen de inbezitnemer van de grond. Om deze richtlijnen te bepalen kun je aansluiting zoeken bij het uitgiftebeleid dat geldt voor de verkoop van grond.

Ontwikkelingen afgelopen jaar: Rechtbank Rotterdam

Op 19 juli 2017 wees Rechtbank Rotterdam een eerste vonnis, waarin over een dergelijke schadevergoedingsvordering is geoordeeld. In het vonnis oordeelde de rechtbank dat sprake is van verjaring. Bewoners zijn meer dan twintig jaar bezitter geweest van een strook grond en daardoor eigenaar geworden. De gemeente stelde dat sprake was van een onrechtmatige daad door bewoners, omdat zij de grond in bezit genomen hebben en eiste schadevergoeding in natura door teruglevering van de strook grond.

De rechtbank oordeelde dat de gemeente geen onderbouwing had waarom de schadevergoeding in natura (door teruglevering van de strook grond) de voorkeur genoot boven de schadevergoeding in geld. De rechtbank oordeelde dat de onrechtvaardige situatie, waarbij sommige mensen wel betaalden voor de grond en andere niet, ook door een schadevergoeding in geld kon worden gecompenseerd. Bovendien kon de rechtbank zonder nadere onderbouwing niet inzien dat het belang van de gemeente, die de grond wilde gebruiken als groenvoorziening, zwaarder moest wegen dan de belangen van de inbezitnemers. De rechtbank wees de schadevergoeding in de vorm van de teruggave van de strook grond daarom af.

De schadevergoedingsvordering in geld werd wel toegewezen. De inbezitnemers gingen niet in tegen de grondprijs die de gemeente hanteerde. De inbezitnemers werden dus door verjaring eigenaar van de grond, maar moesten wel een schadevergoeding betalen, gelijk aan de prijs die zij moesten betalen wanneer zij de grond hadden gekocht.

Opmerkelijk is wel dat de proceskosten volledig voor rekening van de gemeente kwamen. De rechtbank gaf hierbij aan dat de gemeente de grotendeels in het ongelijk gestelde partij was. De gemeente ontving echter wel een schadevergoeding die gelijk is aan de waarde van de grond.

Ontwikkelingen afgelopen jaar: Rechtbank Noord-Holland

Op 24 januari 2018 boog ook Rechtbank Noord-Holland zich over het vraagstuk. Bewoners stelden dat zij door verjaring eigenaar waren geworden van een strook grond. De gemeente betwiste dit. Echter, als de verjaringstermijn wel was voltooid, dan vorderde de gemeente schadevergoeding in natura door teruglevering van de grond.

De rechtbank oordeelde dat bewoners door verjaring eigenaar waren geworden van de strook grond. In lijn met het arrest van de Hoge Raad van 24 februari 2017 oordeelde de rechtbank dat bewoners een onrechtmatige daad jegens de gemeente hebben gepleegd, doordat zij de grond te kwader trouw in bezit hadden genomen én nog steeds hebben.

De gevorderde schadevergoeding in natura werd echter niet toegewezen. De rechtbank oordeelde dat de gemeente zelf schuld heeft aan het ontstaan van de schade, omdat zij wist dat de grond door bewoners in bezit was genomen en hiertegen niet heeft opgetreden. Nu het vereiste causale verband ontbreekt en sprake is van eigen schuld aan de kant van de gemeente, zijn bewoners niet verplicht om de volledige schade te vergoeden. En omdat de gemeente alleen schadevergoeding vorderde in de vorm van volledige teruggave van de grond, had de rechtbank geen ruimte om de bewoners te veroordelen tot een (gedeeltelijke) schadevergoeding in geld. Het oordeel van de rechtbank was wellicht anders geweest, als de gemeente ook schadevergoeding in geld had gevorderd.

Opmerkelijk is dat de Hoge Raad oordeelde dat je van een grondeigenaar niet kunt verlangen dat hij zijn percelen periodiek op bezitsinbreuken controleert als daarvoor geen concrete aanleiding bestaat. In deze casus oordeelde de rechtbank echter dat de gemeente wist dat de strook in bezit genomen was, omdat zij meerdere malen onderhoud had gepleegd aan de direct naastgelegen gronden. Dit doet vermoeden dat een beroep op eigen schuld wel degelijk kan slagen, als er een concrete aanleiding bestaat om een strook grond periodiek op bezitsinbreuken te controleren.

Risico’s en onzekerheden

De exacte gevolgen van het arrest zijn nu nog onduidelijk. Ook na de vonnissen van Rechtbank Rotterdam en Rechtbank Noord-Holland blijven nog veel vragen onbeantwoord. Er kleven risico’s en onzekerheden aan toepassing van het arrest in de praktijk:

  • Er moet sprake zijn van een onrechtmatige daad
    Is enkel het in bezit nemen van een stuk grond hiervoor voldoende? Of moet de bezitter het goed daarna ook in bezit houden?

  • Er moet sprake zijn van toerekenbaarheid
    De onrechtmatige daad moet je kunnen toerekenen aan de dader. Maar niet in alle gevallen is het duidelijk wie de dader is. Kan een nieuwe bewoner als dader worden aangemerkt waaraan de schade toegerekend kan worden? De rechtbank Noord-Holland doet vermoeden dat het in bezit nemen én houden is vereist voor het aannemen van onrechtmatig handelen. Het oordeel luidt mogelijk anders, als het bezit in de tussentijd is overgedragen aan een derde.

  • Er moet sprake zijn van schade
    Schadevergoeding in geld is het uitgangspunt. Je kunt ook schadevergoeding in natura door teruglevering van de grond vorderen, maar dan moet je deze vordering wel voldoende onderbouwen. Teruglevering van de grond kun je echter alleen van de huidige bezitter vorderen. Mogelijk kun je van de oorspronkelijke inbezitnemer wel schadevergoeding in geld vorderen. De vraag is echter of er dan nog wel sprake is van een toerekenbare onrechtmatige daad. Als de voormalige grondeigenaar zelf schuld heeft aan het ontstaan van de schade ontbreekt het vereiste causale verband en is er sprake van eigen schuld. Dit heeft invloed op de schadebepaling. Andere factoren die mogelijk invloed hebben op de schadebepaling zijn bijvoorbeeld de aanwezigheid van gebouwen of de constatering dat er sprake is van verontreinigde grond. Hoe wordt de schade in die gevallen bepaald?

Je kunt als gemeente geen schadevergoeding meer vorderen als je al langer dan vijf jaar bekend bent met de schade. In dat geval is er sprake van verjaring van de vordering tot schadevergoeding. Dan kan de discussie ontstaan over wanneer de verjaringstermijn aanvangt: is dat op het moment dat de gemeente kenbaar is met het bezit, op het moment dat de gemeente de bezitter aanschrijft of pas op het moment dat de gemeente de bezitter dagvaardt? Het bezit dient in ieder geval niet langer dan veertig jaar geleden te zijn aangevangen. De vordering tot schadevergoeding verjaart namelijk twintig jaar na het moment van de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt; het moment van eigendomsverlies na twintig jaren bezit. Na veertig jaar bezit kun je als gemeente dus geen schadevergoeding meer vorderen.

Concluderend

Grondeigenaren die geconfronteerd worden met eigendomsverlies door verjaring, zijn daarmee nog niet uitgespeeld. Zij hebben namelijk de mogelijkheid om een schadeergoedingsvordering in te stellen tegen de inbezitnemer van de grond. Een schadevergoeding in geld lijkt hierbij het uitgangspunt te zijn.

Hoewel de eerste vonnissen inmiddels worden gewezen, zijn er op dit moment nog veel risico’s en onzekerheden. Zodra er ontwikkelingen in de rechtspraak zijn, informeren wij je. Stay tuned!

Nog niet uitgelezen?

Lees ook:

Gerelateerde artikelen
Alle artikelen