Functionele cookies

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.

Gepersonaliseerde informatie

Hiermee ontvangt u gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op uw internetgedrag.

De nieuwe Omgevingswet geeft de kaders om een omgevingsvisie en -plan optimaal aan te laten sluiten bij de (kenmerken van de) fysieke leefomgeving. Elk gebied verdient dan ook een specifieke benadering. Maar hoe krijg je inzicht in de gebiedskenmerken? Is het verzamelen, samenbrengen, analyseren én visualiseren van beschikbare data voldoende, of is er meer nodig?

Grofweg zijn er drie soorten data:

  • Geografische data die de feitelijke situatie aangeven. Bijvoorbeeld bestaand bodemgebruik, wijk- en buurtkaarten en de aanwezige gebouwen
  • Demografische data. De samenstelling van de groep bewoners dan wel gebruikers van een gebied. Denk aan leeftijd(sopbouw), aantal kinderen, grootte van huishouden et cetera
  • Maatschappelijke (beleids) data die sectoraal het (toekomstige) gebruik en de behoefte van een gebied schetsen: leefbaarheid, sociale samenhang, economische ontwikkeling et cetera

In dit artikel schetsen wij hoe deze data succesvol samengebracht kunnen worden tot een integrale afweging voor een specifiek gebied. Zowel voor het toekennen van de juiste bestemming als mogelijke nieuwe functies en voorzieningen.

Inventarisatie

Het in beeld brengen van de gebiedskenmerken begint in onze ogen altijd met een inventarisatie van de beschikbare gegevens. Een goede inventarisatie van de feitelijke situatie is onmisbaar om de kenmerken van een gebied in kaart te brengen. Het bestaande bestemmingsplan, een beheersverordening, verleende afwijkingen van het bestemmingsplan, (milieu)vergunningen en een visuele inventarisatie zijn daarbij de basis.

De inventarisatie wordt vervolgens naast de bestaande beleidskaders gehouden. Per beleidsterrein wordt gekeken welke ambities en uitdagingen er op dit moment liggen in een bepaald gebied (de IST situatie). Het gaat hierbij naast beleid ook om verschillende instrumenten zoals subsidieregelingen, verordeningen in het sociale domein, maatschappelijk vastgoed, begeleidings- en stimuleringsmaatregelen en dergelijke. Het aanwezige beleid is daarbij vaak sectoraal opgesteld en wordt verrijkt met demografische data en maatschappelijke data.

Op basis van bovengeschetste inventarisatie werden in het verleden vaak de nieuwe ruimtelijke kaders opgesteld. Ruimtelijke kaders die helaas niet altijd leiden tot het gewenste effect. Een gebied ontwikkelt zich bijvoorbeeld anders dan verwacht of er doen zich kansen voor die niet voorzien waren. Ook worden de beoogde sectorale beleidsdoelen niet altijd gerealiseerd.

Naar een integrale afweging

De eerste gegevensinventarisatie biedt de basis om gericht op zoek te gaan naar aanwezige Big Data. Wat weten we over de leefbaarheid in een gebied? Over de veiligheid? Over de sociaaleconomische situatie van de inwoners in een gebied? Et cetera. Omdat er gigantisch veel data beschikbaar zijn, is het van belang gericht vragen te stellen en te onderzoeken. Om zo van Big Data naar Smart Data te komen. Data die onderscheidend zijn voor het maken van samenhangende en onderbouwde keuzes.

Met behulp van Big Data kunnen de aanwezige data verrijkt worden en kan sectoraal beleid integraal worden afgewogen. Zo kunnen keuzes beter onderbouwd worden, uitgangspunten ter discussie worden gesteld of nieuwe ideeën worden onderzocht. Op deze manier weten we niet alleen hoeveel mensen er in een gebied wonen en waar zij wonen, maar ook wat hun voorkeuren en behoeften zijn en welke levensstijl zij hebben. Daarnaast is bijvoorbeeld bekend hoe groepen met een vergelijkbaar profiel zich ontwikkelen, welke keuzes zij maken en hoe zij te bewegen zijn andere keuzes te maken. Big Data heeft daarmee een voorspellend karakter en onderbouwt de causaliteit tussen de inzet van een instrument en het (beoogde) effect. De beschikbare data uit de inventarisatie kunnen dus worden verrijkt met het opstellen van een gebiedsgerichte analyse.

// Hoe gebruik je data vervolgens bij het maken van (beleids)keuzes (de SOLL situatie)? //

De Omgevingswet verbindt integraal alle beleidsterreinen op het gebied van de fysieke leefomgeving met elkaar. Dit maakt het mogelijk vanuit verschillende invalshoeken naar een vraagstuk te kijken. Big Data geeft inzicht in de effectiviteit en causaliteit van specifieke acties. Heeft een stedelijk gebied bijvoorbeeld behoefte aan buurtcoaches of juist aan meer openbaar vervoer en glasvezel om de wijk aantrekkelijk te maken voor andere doelgroepen?

Ten slotte de vraag of je met de instrumenten die de Omgevingswet ons biedt wel alle gewenste beleidsdoelen bereikt. Soms is de inzet van aanvullende beleidsinstrumenten noodzakelijk om een gewenste ontwikkeling te realiseren. Bijvoorbeeld subsidiëring van startende ondernemers, het verbeteren van openbaar vervoer, investeren in wijkcoaches of het rekening houden met rollatorcirkels.

De kenmerken van een gebied zijn voor alle beleidsterreinen gelijk. Ieder beleidsterrein pakt hieruit haar eigen, specifieke invalshoek. Juist een integrale afweging van alle kenmerken maakt het instrumentarium onder de Omgevingswet krachtig. Het gebruik van Big Data is naar ons idee de brug die sectoraal beleid en geografische gebiedskenmerken met elkaar verbindt.

 

Over de auteur

"Mijn hart ligt bij reizen, duiken en muziek. Elk project is een nieuw avontuur waarin het ontdekken, goed luisteren, verbinding maken en verbazen centraal staat."

Neem contact op Robrecht van Eldik Legal consultant
06 4783 48 31
Gerelateerde artikelen
Alle artikelen