Lokale overheden staan voor complexe ontwikkelingen: de woningbouwopgave, de energietransitie en klimaatadaptatie. Tegelijkertijd komt de Omgevingswet eraan. Hoe kunnen gemeenten, provincies en waterschappen het nieuwe instrumentarium benutten in de grote dossiers? In een serie artikelen gaan we op zoek naar antwoorden. Deze keer: de Omgevingswet als vliegwiel voor het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving.

In de introductie van deze reeks hebben we de instrumenten uit de Omgevingswet in samenhang met de beleidscyclus belicht en de belangrijke rol daarin voor het programma beschreven. Ook bij beleid om woonwijken aardgasvrij te maken, kan een programma het gat vullen tussen de abstracte visie en het concrete omgevingsplan. Maar nog belangrijker: helpen in beeld te brengen welke middelen voor handen zijn om het beleid uit te voeren.

Vrijwillig programma

De meeste beleidsvrijheid en flexibiliteit biedt het zogeheten onverplichte (ook wel vrijwillige) programma uit de Omgevingswet. Dit type programma kun je sectoraal, maar ook multisectoraal insteken. Ook kunnen verschillende overheden samen aan de slag met zo’n programma. Dat is bij uitstek handig bij de energietransitie, waarin bijvoorbeeld overheden in regio’s gezamenlijk voor opgaven staan.

Vervlechten 

Toch verlopen in de praktijk van menig gemeente het werk aan de Omgevingswet, aardgasvrije wijken en de energietransitie nog niet integraal. Sterker nog, vaak zijn het gescheiden opgaven die geheel naast elkaar bestaan. Terwijl juist de energietransitie een cruciale rol speelt om de gebouwde omgeving op een goede manier aardgasvrij te maken en de Omgevingswet kansen biedt dit proces te versnellen. Het bespaart energie, tijd en kosten. Maar hoe doe je dat?

De ambitie om in 2040 of 2050 als gemeente aardgasvrij te zijn is inmiddels wijdverbreid, onder meer als gevolg van het Klimaatakkoord. Zo’n doel is ‘groot’ en vraagt om concretisering en uitwerking. In welke wijken ga je als eerste aan de slag? En welk instrumentarium is nodig? Denk bijvoorbeeld aan het ontzorgen en begeleiden van bewoners, het instellen van subsidies, de gezamenlijke inkoop van isolatiemaatregelen en duurzame verwarming op gang brengen. Het programma is het ideale instrument om dit in beeld te brengen. Daarmee vervult het programma de rol van de transitievisie warmte en het wijkuitvoeringsplan, twee van de kerninstrumenten die de wetgever noemt in het kader van de energietransitie. Ook het opnemen van een regel in het omgevingsplan zou op termijn onderdeel kunnen zijn van het instrumentarium, maar in onze ogen alleen als juridisch sluitstuk. Door de ambities via de beleidscyclus in een compleet programma te gieten – met hierin tal van uitvoeringsmaatregelen – ontstaat er samenhang en houd je het zicht op het halen van je doelen.

Datagedreven werken in de beleidscyclus 

Bij deze grote opgave is het slim benutten van data in elke fase van de beleidscyclus van groot belang. Het gebruik van data begint al in de eerste fase van het bepalen van je ambitie in de omgevingsvisie. Waar staan we nu, wat zijn onze uitdagingen en hoe reëel is onze ambitie om in 2040 aardgasvrij te willen zijn? Bij de uitwerking in het programma kan datagedreven werken vervolgens helpen om te bepalen hoe groot de opgave per wijk is, welke wijk als eerste aardgasvrij wordt gemaakt en om te bepalen welke middelen ingezet worden. In de uitvoeringsfase verzamel je vervolgens data, die input geeft om het effect van de ingezette middelen te monitoren. Welke stappen hebben hierbij bijgedragen of juist tegengewerkt en wat kunnen we hiervan leren? In de laatste van de beleidscyclus interpreteer je deze data en evalueer je je aanpak: liggen we nog op schema of moeten we bijsturen?

Door datagedreven werken onderdeel te maken van de beleidscyclus ben je in staat om indien nodig tijdig bij te sturen en bijvoorbeeld als aanvullend middel een subsidie in te stellen of je communicatiestrategie aan te passen.

Aan de hand van onze ervaringen in diverse gemeenten hebben we hiervoor bij EIFFEL een dashboard ontwikkeld. Waarin we data over de omgeving, de gebouwen en de inwoners combineren voor jouw gemeente. Openbare gegevens - AVG-proof en op postcodeniveau - dienen als basis. Met data zet je voortdurend de juiste stappen, met veel meer maatwerk. Waarbij de sociale en technische data als grondstof dienen voor het creëren, monitoren en bijstellen van het nieuwe beleid. Technische data als het bestaand gasgebruik of energielabels en sociale data het profiel van een wijk. Zo maak je tegelijk beleid waarbij je naast je inwoners staat in plaats van tegenover. Want we zien dat de sociale data ook dienen als middel om draagvlak te creëren onder inwoners. Wat hier allemaal nog meer bij komt kijken is het onderwerp van het volgende artikel.

Over de auteur
Michiel Stam Legal consultant
Chloë Polman Consultant Legal
Giulia Hetzenauer Sustainability consultant
Gerelateerde artikelen
Alle artikelen