Functionele cookies

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.

Gepersonaliseerde informatie

Hiermee ontvangt u gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op uw internetgedrag.

Het uit Amerika overgewaaide bootcampen is niet meer weg te denken uit het Nederlandse sportlandschap. In vele stadsparken, plantsoenen en bossen zijn groepen sporters te vinden die, onder leiding van een drilinstructeur, verschillende intensieve oefeningen uitvoeren. Maar dat dit niet zomaar overal is toegestaan, laat de uitspraak van de Raad van State* van 30 januari 2019 zien. Deze uitspraak is daarmee van belang voor bootcampondernemers, omwonenden en gemeenten.

Wat speelde er?

Een bootcampinstructeur huurt van een particulier een perceel in de gemeente Asten met het doel om een paar keer per week bootcamptrainingen aan te bieden aan groepen van 10 tot 15 personen. Het perceel is volgens hem uitermate geschikt voor trainingen met verschillende materialen, zoals vrachtautobanden en touwen. Het is een mooi grasveld, gelegen naast een bos. Om de plannen meer kracht bij te zetten, besluit de instructeur een grote hoeveelheid grond te storten, een rij coniferen aan te planten aan de rand van het perceel en materialen op het perceel op te slaan. Hij denkt alles goed voor elkaar te hebben, nu hij sluitende afspraken heeft gemaakt met de grondeigenaar. De werkzaamheden blijven echter niet onopgemerkt bij omwonenden: uit vrees voor overlast dienen zij een klacht in bij de gemeente. Zij beroepen zich op strijd met het bestemmingsplan.

De gemeente trapt op de rem

De gemeente kiest de kant van de bewoners. Het college van burgemeester en wethouders wil voorkomen dat het perceel voor bootcampactiviteiten wordt gebruikt. Het bestemmingsplan laat op deze plek wel ‘extensief recreatief medegebruik’ toe. Dit begrip is in de planregels omschreven als ‘vormen van natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen’. Maar de voorgenomen bootcampactiviteiten vallen daar volgens het college niet onder. Het college besluit daarom om een ‘preventieve last onder dwangsom’ aan de bootcampinstructeur op te leggen. Dit betekent dat de bootcampinstructeur het perceel niet mag gebruiken voor de met het bestemmingsplan strijdige bootcampactiviteiten. De instructeur is verbijsterd, laat het er niet bij zitten en stapt naar de rechter.

Bootcamp toch toegestaan  

De rechtbank oordeelt dat de voorgenomen bootcampactiviteiten wel degelijk passen in het bestemmingsplan. Daarbij vindt de rechtbank met name van belang dat de instructeur van plan is om slechts twee keer per week een bootcamptraining van maximaal 1,5 uur te geven. Bovendien worden voor deze trainingen niet alleen het gehuurde grasveld, maar ook omliggende percelen gebruikt en worden de benodigde materialen na afloop van de trainingen opgeruimd. Daarom is volgens de rechtbank géén sprake van intensief gebruik van de gronden. Dit zou volgens de rechtbank anders zijn geweest als de instructeur de frequentie en/of duur van de trainingen op het perceel verhoogt of verlengt en/of de materialen na afloop van de trainingen laat liggen. Ditmaal zijn het de omwonenden en de gemeente die verbijsterd zijn.

Bewoners krijgen hun zin 

De gemeente stelt hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. En met succes. De hoger beroepsrechter is het niet eens met de rechtbank, die enkel naar de tijdsduur van het sporten heeft gekeken. Volgens de Afdeling is bootcampen wel degelijk wat anders dan wandelen, fietsen of je hond uitlaten en dus géén vorm van openluchtrecreatie waarbij de natuur- en landschapsbeleving voorop staat. Het gaat in dit geval om een afgescheiden stuk grasland dat de bootcampinstructeur bedrijfsmatig wil exploiteren door het aanbieden van bootcampactiviteiten aan een groep van ongeveer 15 personen. Daarbij bestaan de activiteiten uit specifieke oefeningen met autobanden en touwen. Omdat deze bootcampactiviteiten een intensief gebruik van het perceel met zich mee brengen, valt dit, ongeacht de frequentie of lengte ervan, niet onder het begrip extensief recreatief medegebruik. Bootcampen is op deze plek in strijd met het bestemmingsplan. In hoger beroep krijgt de gemeente gelijk en wordt de uitspraak van de rechtbank ongedaan gemaakt.

Conclusie  

Uit deze uitspraak blijkt dat een uurtje bootcamp per week niet zomaar overal is toegestaan. De uitspraak is daarmee van belang voor bootcampondernemers, omwonenden en gemeenten. De bootcampondernemer zal goed moeten informeren wat een ter plekke geldend bestemmingsplan toestaat. Daarnaast kunnen omwonenden de gemeente vragen om handhavend op te treden als zij overlast van de bootcamp ervaren. Gemeenten moeten nadenken waar ze het populaire bootcampen wel of niet willen toestaan.

Uit de uitspraak volgt niet dat bootcampactiviteiten nooit onder het begrip extensieve recreatie kunnen vallen. Als bootcampactiviteiten bijvoorbeeld in een park of in een bos plaatsvinden, wordt minder snel aangenomen dat er sprake is van ‘intensief gebruik’ van een perceel. Dit verkleint dan ook de kans op het handelen in strijd met het geldende bestemmingsplan. Maar in dit geval is bepalend geacht dat het gaat om een afgeschermd perceel dat bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd voor het organiseren van intensieve bootcampactiviteiten. Die intensiteit wordt mede bepaald door het gebruik van materialen, in dit geval autobanden en touwen.

Kortom: of bootcampactiviteiten wel of niet aangemerkt kunnen worden als extensieve recreatie, hangt af van de concrete activiteiten in de concrete ruimtelijke situatie. De frequentie of duur van het bootcampen geven niet de doorslag. Korter en minder vaak bootcampen levert wel minder spierpijn op. Maar je voorkomt daarmee niet dat je een last onder dwangsom aan je sportbroek krijgt.

Gerelateerde artikelen
Alle artikelen