Functionele cookies

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.

Gepersonaliseerde informatie

Hiermee ontvangt u gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op uw internetgedrag.

2016 was een extreem natte zomer, 2018 werd bijna het droogste jaar ooit. Van waterschappen in Nederland wordt tegenwoordig nogal wat aanpassingsvermogen gevraagd om zowel extreem hoog water als extreme droogte op te vangen. Toch kunnen ze niet altijd voorkomen dat bepaalde groepen schade lijden en een claim indienen.

De taken van waterschappen in Nederland zijn in hoofdlijnen neergelegd in de Waterwet. Zo bepaalt artikel 2.1 lid 1 sub a van de Waterwet dat het doel van de wet niet alleen gericht is op het voorkomen en beperken van wateroverlast, maar ook in het voorkomen en beperken van waterschaarste.

Taken waterschappen: wateroverlast en droogte

De opdracht om wateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken is duidelijk uitgewerkt in de Waterwet. Op grond van artikel 2.8 Waterwet moet de provincie een provinciale verordening opstellen waarin de normen zijn opgenomen hoe regionale wateren, gelet op de bergings- en afvoercapaciteit, ingericht moeten zijn. Zo bepalen deze normen dat grasland eens in de 10 jaar, akkerland eens in de 25 jaar, hoogwaardige landbouw en tuinbouw eens in de 50 jaar en het stedelijk gebied eens in de 100 jaar mag overstromen. Het waterschap heeft vervolgens de taak om het watersysteem in het beheersgebied zodanig in te richten, dat het voldoet aan deze normen.

Waterschaarste ligt wat genuanceerder: hiervoor bestaan namelijk geen verdere wettelijke normen. Wel geldt voor alle Nederlandse oppervlaktewateren een wettelijke rangorde, op basis van artikel 2.9 Waterwet en artikel 2.1. Waterbesluit. Deze rangorde ziet op de maatschappelijke en ecologische behoeften dat bij (dreigende) waterschaarste bepalend is voor de verdeling van het beschikbare oppervlaktewater¹. Als er sprake is van waterschaarste, beoordelen onder andere de waterschappen of er sprake is van een tekort in het eigen beheergebied. Waterschappen hebben hierin een grote mate van beleidsvrijheid en handelen zoveel mogelijk naar eigen inzicht.

Aansprakelijkheid waterschappen bij wateroverlast

Wanneer, in geval van wateroverlast of droogte, schade ontstaat door het handelen (of nalaten) van waterschappen, staat er altijd één vraag centraal. Heeft het waterschap haar ‘zorgplicht’ geschonden? Met andere woorden: heeft het waterschap als goed waterbeheerder gehandeld?

Over de aansprakelijkheid van waterschappen bij wateroverlast is veel jurisprudentie te vinden. In de jaren 80 van de vorige eeuw kwam de Hoge Raad met het (baanbrekende) arrest Bargerbeek/Juurlink². In dit arrest maakte de Hoge Raad duidelijk dat waterschappen wateroverlast niet altijd kunnen voorkomen en dat de reikwijdte van de zorgplicht van waterschappen (en of ze aansprakelijk zijn) afhangt van verschillende factoren, dit zijn de volgende:

  1. het aantal, de aard en de lengte van de waterwegen waarvan het onderhoud ten laste van het waterschap komt
  2. het aantal gronden binnen het gebied van het waterschap, waarvan het waterschap weet of behoort te weten dat zij door hun lage ligging bijzonder kwetsbaar zijn voor wateroverlast
  3. de middelen – financiële en andere – die het waterschap voor het nakomen van zijn heeft
  4. in hoeverre de aan het lage peil van de betreffende grond verbonden bezwaren (mede) veroorzaakt zijn door de eigenaar of gebruiker van die grond

Tot de dag van vandaag geldt dit arrest van de Hoge Raad, en de daaruit voortvloeiende toelichting, in beginsel nog steeds als de norm om te toetsen of een waterschap haar zorgplicht heeft voldaan ter voorkoming of beperking van wateroverlast. Daarbij rust op waterschappen een inspanningsverplichting bij het voorkomen van wateroverlast en géén resultaatverplichting³.

Bij de beoordeling of het waterschap aansprakelijk is voor de geleden schade bij wateroverlast, is van belang of het waterschap aan zijn zorgplicht als goed waterbeheerder heeft voldaan. De (zware) stelplicht en bewijslast om aan te tonen dat een waterschap niet aan de zorgplicht heeft gedaan, ligt altijd bij de eisende partij. Kan deze partij dit echter niet (voldoende) aantonen, dan is het waterschap in beginsel niet aansprakelijk voor eventueel opgetreden schade.

Dit is anders als het waterschap niet adequaat reageert op klachten. Hierbij is van belang of het waterschap na het ontvangen van een klacht een onderzoek instelt en indien nodig maatregelen neemt⁴. Heeft het waterschap niet adequaat gereageerd op deze klachten, dan kan dit een grond opleveren om de aansprakelijkheid van het waterschap aan te nemen. Een waterschap hoeft echter niet steeds uit eigen beweging onderzoek te doen of maatregelen te treffen vooruitlopend op aangekondigde weersomstandigheden⁵. Of een waterschap uiteindelijk aansprakelijk is, hangt af van alle omstandigheden van het geval.

Aansprakelijkheid waterschappen bij droogte

Als je kijkt naar de aansprakelijkheid van waterschappen bij waterschaarste, dan zijn er niet veel aanknopingspunten. Er zijn weinig tot geen jurisprudentie en nadere uitwerkingen te vinden van de zorgplicht van waterschappen bij droogte.

Maar als je kijkt naar de normen van de zorgplicht voor waterschappen die zijn vastgesteld bij wateroverlast, dan kunnen deze in beginsel ook (analoog) worden toegepast bij waterschaarste. In deze gevallen gaat het erom of een waterschap ‘als goed waterbeheerder heeft gehandeld en heeft kunnen handelen’. Hierbij kan het arrest Bargerbeek/Juurlink als handvat dienen.

Als het waterschap dus voldaan heeft aan de zorgplicht die je van een goed waterbeheerder mag verwachten, dan is deze in beginsel niet aansprakelijk voor opgetreden schade. Het wordt anders indien het waterschap evident onjuiste maatregelen heeft genomen, waardoor aantoonbaar de geleden schade is vergroot. Het moet hierbij gaan om grove fouten, want niet elke onjuiste beslissing leidt direct tot aansprakelijkheid. Ook hierbij geldt dat alle omstandigheden van het geval betrokken moeten worden bij de beoordeling van deze aansprakelijkheid.

Concluderend: er is geen eenduidig antwoord op de vraag wanneer een waterschap aansprakelijk is voor schade bij zowel wateroverlast als droogte. Het is en blijft een casuïstiek gebied, waarbij pas concreet per situatie dient te worden nagegaan wat er precies heeft gespeeld en of dit uiteindelijk tot aansprakelijkheid van het waterschap leidt.

Tenslotte nog een laatste aandachtspunt ten aanzien van de aansprakelijkheid van waterschappen bij wateroverlast en droogte. In de jurisprudentie van de afgelopen jaren is te zien dat de waterschappen zich voornamelijk beroepen op de extreme weersomstandigheden (zowel neerslag als droogte). Tot nu toe wordt in de jurisprudentie in zijn algemeenheid aangenomen dat extreme weersomstandigheden (overmacht) een geldige grond is voor het uitsluiten van aansprakelijkheid van waterschappen. Maar of dit in de toekomst, gezien de klimaatveranderingen, ook zo blijft?

Over de auteur

"Mijn vermogen om kennis snel eigen te maken, zorgt ervoor dat ik snel mijn weg vind binnen een organisatie. Door mijn analytisch vermogen, grote dosis humor en enthousiasme zorg ik samen met mijn opdrachtgever ervoor dat een juridisch vraagstuk tot een goed einde wordt gebracht. Immers: grote ontdekkingen en verbeteringen zijn altijd het gevolg van de samenwerking tussen vele denkvermogens."

Neem contact op Davey Vervest Legal consultant
06 2656 44 78
Gerelateerde artikelen
Alle artikelen