Functionele cookies

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.

Gepersonaliseerde informatie

Hiermee ontvangt u gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op uw internetgedrag.


Binnenkort treffen we elkaar op het subsidie-event 'Subsidies in beeld: the next level!' Met deze blog wil ik het instrument subsidie zijn glans teruggeven. En dat vraagt om poetswerk…

Subsidie klinkt voor velen nog niet als muziek in de oren. Het imago van geld ‘weggeven’ en ‘kwijt’ zijn, heeft geleid tot zoektochten naar nieuwe manieren van financiering. Bij voorkeur met op termijn terugvloeien van dit geld in eigen kas voor nieuwe initiatieven. Leningen, revolverende fondsen en garanties zijn de voornaamste varianten die alle hun eigen voor- en nadelen kennen in de administratieve lasten en beheersing. Opvallend is dat de ‘klassieke’ subsidie is gebleven en nog steeds rijkelijk vloeit.

Naast deze zoektocht komen regelmatig krantenkoppen voorbij die voor ongemak zorgen. De krantenkoppen gaan vaak over de Rekenkamers die de effectiviteit van subsidies onder de loep hebben genomen en het effect niet konden vaststellen. Google toont hits vanaf 2011 van Het Rijk tot en met hits van nu bij Den Haag. Het lijkt ook moeilijk meetbaar en te vatten. Overigens moet deze vraag breder worden gesteld dan voor alleen het instrument subsidie.

Mijn beeld? Deze twee nadelige eigenschappen hoeven niet langer een negatieve eigenschap te zijn. Het is een keuze! Op 13 april 2017, tijdens het Subsidiecongres in Den Haag, vertelde Sandra van Heukelom-Verhage (Pels Rijcken) dat bestuursorganen hun subsidie-instrument moesten herzien en dat de huidige kaders nog voldoende mogelijkheid bieden voor ontwikkeling. Deze opmerking sloot aan bij de recente USK evaluaties bij de provincies en het Rijk, waaruit bleek dat de systematiek nog niet volledig tot zijn recht komt. Deze evaluaties toonden aan dat het zogenoemde waterbedeffect en voorkantsturing nog te veel op ‘dichtbouwen’ lijken. Hier moeten de positieve eigenschappen van het USK (met name de risico-analyse¹) gebundeld worden met de beleidstheorie en de ontwikkelingen op gebied van data en data analyse-tools.

Beleidstheorie en continu monitoring

De beleidstheorie is de verkorte weergave van de inrichting van het subsidie instrument en bestaat uit de volgende reeks:

Input  – Throughput – Output (resultaat) --> Outcome (effect)

De reeks ‘laden’ met valide en betrouwbare gegevens vormt de uitdaging waar we lange tijd moeite mee hebben gehad. Waar doet het probleem zich voor? Wie is onze doelgroep? Wat hebben zij echt nodig? Welke investering vraagt dit? Veronderstelling is dat Input (budget / aanvragen / projecten) en Output (succesvolle aanvragen/projecten) over het algemeen goed definieerbaar zijn. Zeker met de groei aan data. Deze kun je voor (ex-ante), gedurende (ex-durante) en na de uitvoering (ex-post) monitoren. Maar of de resultaten het gewenste effect sorteren was tot op heden lastig, zo niet onmogelijk. Met data onderbouwde probleemanalyse, correcte subsidieregeling (benodigde resultaten), gedisciplineerde monitoring en toepassing van de juiste statistische technieken (regressie) is het wel mogelijk te duiden in hoeverre de resultaten hebben bijgedragen aan het gewenste effect. Vast staat zonder enige monitoring, dat andere factoren van invloed zijn dan  subsidie.

Hiermee is vanaf de (besluit)vorming van de regeling transparant en (wetenschappelijk) verantwoord hoe de geconfigureerde subsidieregeling gaat bijdragen aan het resultaat en effect. Zo kun je de vraag vooraf beantwoorden of het geld is ‘weggegooid’ of op verantwoorde wijze goed is geïnvesteerd. Dit begint al op predictive analysis² te lijken.

Subsidie: toegevoegde waarde

Past het instrument voldoende bij de huidige maatschappelijke ontwikkelingen en creëert het waarde voor de maatschappij? Waarom niet? Hier volgen twee argumenten:

  1. Beleidswetenschappelijk - Wanneer je weet hoe de doelgroep eruit ziet, kan beleid en instrument multidisciplinair worden ingericht in samenwerking met deze groep. In de beleidswetenschappen wordt dan gesproken van het sociaal-constructivistische of netwerken-perspectief, dat veel weg heeft van het toverwoord ‘participatie’ of (gelegenheid tot) actieve deelname. Kijkend naar de bevindingen³ uit het evaluatierapport USK van het Rijk, lijkt de huidige beleidsmatige inrichting van het subsidie instrument voornamelijk vanuit rationalistisch/normatief perspectief ingericht te zijn. Dit kan als belemmerend, remmend en minder effectief door aanvrager, samenleving en politiek worden ervaren.
  2. (Social) Return on investment - De subsidiabele kosten betreffen interne kostprijzen, in plaats van commerciële tarieven (risico, winst opslagen). Voor het inzetten van het instrument inkoop of projectuitvoering is de investering vaak volledig voor eigen rekening. Het instrument subsidie betreft vaak een bijdrage (percentage / vast bedrag) van de subsidiabele kosten. Dit maakt dat er tegenover elke € 1,00 subsidiegeld, gemiddeld genomen € 1,00 geïnvesteerd wordt door de maatschappij (particulieren, agrariërs, MKB, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties).

De wijze van framing van beleid (1) en het instrument (2) kan beelden ten aanzien van het instrument doen veranderen.

Kortom

Het instrument subsidie is nog lang niet afgeschreven. Er zijn voldoende argumenten om het instrument effectiever te maken. Ik ben benieuwd naar uw ideeën over de toekomst van het subsidie instrument!

Deze blog is geschreven in voorbereiding op het subsidie event The Next Level – de toekomst van subsidies van 8 februari 2018 bij EIFFEL in Arnhem. Eén van de workshops gaat over de vraagstukken waar overheidsorganisatie de komende jaren met te maken krijgen en wat dit betekent voor het subsidie-instrument? Het doel van deze blog is te prikkelen vooruitlopend op de workshop. Lees ook de blog: '2025: het eerste jaar zonder subsidies?'.

¹ Bestaat uit o.a. de afweging of de doelstelling gerealiseerd gaat worden met de inrichting van de regeling en de vraag of de regeling controleerbaar en uitvoerbaar is.
² Een paar mooie voorbeelden (inhoudelijk en risk georiënteerd) voor subsidie.
³ Beperkte verlichting administratieve lasten: dichtbouwen en waterbedeffect.

Gerelateerde artikelen
Alle artikelen