Functionele cookies

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.

Gepersonaliseerde informatie

Hiermee ontvangt u gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op uw internetgedrag.

Iedere topprestatie is een teamprestatie!

Talent

Maar hoe stel je een goed team samen? In de sport gaat het om de beste én de juiste atleten met als randvoorwaarden goede locaties en een team van specialisten eromheen uit wetenschap, zorg en coaching.

Vertaald naar organisaties: zorg als manager dat je van je teamleden weet wat ieders talenten/kwaliteiten zijn en dat iedereen dat ook van elkaar weet. Zorg voor diversiteit in een team. Alleen dan kun je elkaar helpen en iedereen in zijn/haar kracht zetten. Als mensen doen waar ze goed in zijn en wat ze leuk vinden, haal je de passie naar boven en die passie zorgt voor de drive en doorzettingsvermogen die je nodig hebt in een team.

Talent ontwikkel je door functies en hokjes los te laten. De eerste kwaliteit die atleten en coaches nodig hebben om te groeien is zelfreflectie. Waar ben ik goed in, wat kan beter, wat heb ik nodig om te groeien en waar wil ik naar toe?

Training

Een team heeft teamvorming nodig. Die creëer je door als coach iedereen overal bij te betrekken: wat is het gezamenlijke doel, hoe gaan we dat samen halen, wie kan wie daarbij ondersteunen? Met andere woorden: wat wil ik, waarom en hoe? Hiervoor is inzage in elkaars talenten van belang. Praat veel met elkaar om elkaar echt te leren kennen en naar elkaar toe te groeien, maar … je hoeft geen vrienden te worden. Iedereen heeft een andere motivatie om te doen wat hij/zij doet, toch moet je het samen doen. Geef iedereen verantwoordelijkheden om de betrokkenheid te vergroten.

Dit kan alleen als er een sfeer van vertrouwen is. Als je echt met elkaar in contact staat. Een goede coach heeft elke dag contact met zijn/haar atleten. Dat kan heel kort – ‘gaat het goed, ja, fijn’ – maar ook wel eens een gesprek van bijvoorbeeld een uur zijn.

Teamvorming gebeurt elke dag en niet eens per jaar tijdens de survival in de Ardennen. Houd de feedback en evaluatie in de context van het werk, niet in de Ardennen.

Een atleet moet zelf kunnen beslissen hoe hij speelt/de race loopt of zwemt, waarbij de atleet kan terugvallen op de coach. Die coach stelt zich dienstbaar op, biedt wat de atleet nodig heeft, helpt, is de ‘toetser’. Hij legt niet zijn ‘wil’ op aan de atleet, dan verliest hij mensen. Laat iedereen zich focussen op waar hij/zij goed in is en vertrouw daar ook op. Kijk daarbij ook eerlijk naar jezelf. Dat geldt voor elk teamlid, ook voor de coach.

In de sport neemt de coach de tijd om te kijken wat in een wedstrijd goed ging en wat niet. Bij verlies kan er toch heel veel goed zijn gegaan en bij winst kunnen er dingen fout zijn gegaan. Het is van cruciaal belang om hier de tijd voor te nemen want hier liggen de leermomenten die je meeneemt naar de volgende prestatie. Hiervoor is een groot zelfkritisch vermogen van de atleet én de coach nodig. En, heel belangrijk, vier je successen! Organisaties nemen over het algemeen geen tijd voor deze analyses, net zo min als voor het vieren van successen.

Techniek

‘Meten is weten’ is niet zomaar een loze kreet. In de sport gebeurt niet anders en daar komen technische hulpmiddelen om de hoek kijken: filmopnames van hockeywedstrijden om te bespreken wie wat in welke situatie deed en daarvan te leren. Onderwatercamera’s in een zwembad om techniek te filmen, de zwemmer direct daarmee te confronteren en aanwijzingen geven hoe iets te verbeteren. De zwemmer past die tip toe en ook dat wordt weer gefilmd. Metingen over met hoeveel druk een atleet afzet van een startblok. Directe feedback. Ook een gesprek is een ‘techniek’ om te meten waar iemand staat, hoe hij/zij zich voelt en wat hij/zij nog nodig heeft.

Om te leren van ervaringen geeft een coach dus feedback: met beelden, met tijden, met metingen en in gesprekken. En dat constant. Dus niet eens per jaar in een functioneringsgesprek.  

Techniek veranderen, gedrag veranderen gebeurt in kleine stapjes met kleine successen. Hiermee krijg je alles in beweging. Richt je op kleine dingen, op winst op korte termijn. Verbeteringen versterken de passie.

Tot slot

Kijk naar de toekomst. Wat is je langetermijndoel? Maak daarop een ‘backplanning’. Zet mijlpalen uit en vier de successen. Gebeurt er iets onverwachts dan heeft dat geen enorme impact, omdat je in je plan al dingen hebt afgevinkt en je tijd hebt om aan het onverwachte te werken.

Samen maak je van iedere topprestatie een teamprestatie!

Over de auteur

"Regelmatig krijg ik te horen:“Leg het bij Niek neer en het komt goed”. En daar sta ik ook voor. Enthousiast en gedreven zorg ik voor een vlekkeloos georganiseerd (sport)event. Daarbij ben ik loyaal en sta ik graag persoonlijk in contact met alle betrokkenen."

Neem contact op Moniek Roijers Fit for the job consultant
06 2656 44 86
Gerelateerde artikelen
Alle artikelen