Functionele cookies

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.

Gepersonaliseerde informatie

Hiermee ontvangt u gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op uw internetgedrag.

“De transformatie is een proces van de lange adem,” schrijft minister Plasterk in zijn brief over het programma sociaal domein van 8 februari 2017 aan de Tweede Kamer, “het programma wordt ingesteld voor een periode van vier jaar.” Dit programma sociaal domein is de structuur die in de plaats komt van de Transitiecommissie sociaal domein, die vorig jaar werd opgeheven. “In het gezamenlijke programma sociaal domein starten we (Rijk en gemeenten) samen met onze partners (cliënten, professionals, aanbieders, maatschappelijke organisaties) een zoektocht naar de oplossingen voor de transformatie-opgaven in de leefwereld van onze inwoners.”

Lange adem

Net als de minister zie ik dat er voor de transformatie van het sociaal domein een lange adem nodig is. De gemeenten (en hun partners) verzetten de afgelopen twee jaar een hoop werk, maar we zijn er nog lang niet. De complexiteit en omvang van de uitdaging vraagt tijd en vraagt inzichten die niet panklaar op de plank liggen.

Het was niet alleen voor gemeenten maar ook voor volksvertegenwoordigers heel wat om met deze stelstelomslag om te gaan. Dit bleek wel uit de hoeveelheid politieke discussies en onrust en de herhaaldelijke verantwoordingssessies van staatssecretaris Van Rijn in de Tweede Kamer. Ik verwachtte deze ‘beroering’ dan ook terug te zien in de verkiezingsprogramma’s voor de komende verkiezingen.

Kortademigheid

Niets blijkt minder waar. Bij het doorzoeken van een achttal verkiezingsprogramma’s kwam ik het woord ‘transformatie’ vrijwel niet tegen. Ook naar een integrale visie op het verdere proces c.q. de organisatievorm van die transformatie, zocht ik tevergeefs. Uiteraard benoemen alle partijen het belang van versterking van de eigen kracht van inwoners, het stimuleren van particuliere initiatieven, de preventie en een goede jeugdzorg, et cetera. Maar het integrale ‘hoe’ ontbreekt. Is dit een voorbeeld van politieke kortademigheid? Zijn er inmiddels nieuwe thema’s die voor de politiek aantrekkelijker zijn? Of is het juist de onderstreping van de complexiteit van de opgave, waarop ook de landelijke politiek het alwetende antwoord schuldig moet blijven?

Feit blijft dat de transformatieopgave de komende jaren nog veel van het verandervermogen van gemeenten (en Rijk) gaan vragen. Waarbij de verschillen tussen sommige gemeenten nu soms al groot zijn. Zo zijn er gemeenten die nu al bezig zijn met het ontwikkelen van een outcome monitor, een van de verbeterpunten die Plasterk in zijn Kamerbrief noemt. Het andere uiterste is de gemeente die mijn collega gisteren aan de lijn had over datasturing en monitoring. “Bel over twee jaar maar terug, we moeten eerst de basis nog op orde krijgen.”

Gerelateerde artikelen
Alle artikelen