Functionele cookies

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.

Gepersonaliseerde informatie

Hiermee ontvangt u gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op uw internetgedrag.

Met trainees van EIFFEL ben ik, in het kader van hun opleiding, in discussie over organisatiedenken in de zorg. Ik reik hen de begrippen leefwereld en systeemwereld aan. Ik geef hen voorbeelden van hoe ver binnen zorginstellingen de systeemwereld de leefwereld beïnvloedt van zorgprofessionals en hun cliënten. We komen op de kernvraag in organisatiedenken: wat is de toegevoegde waarde voor cliënten?

Klassiek denken voor de ander

Als organisatiekundige doet zo’n discussie mij altijd denken aan de ontwikkeling van het organisatiedenken in onze westerse wereld. Dat is ongeveer een eeuw oud. Het is sterk bepaald door de industriële revolutie. Deze revolutie manifesteerde zich in het introduceren van grootschalige machines, zoals de lopende band, die standaard­producten in hoog volume tegen lage kosten mogelijk maakten. Klanten waren nog amper in beeld. De bekende uitspraak van Henry Ford over zwart als kleur van de T-Fords is daarvan een illustratie. Arbeiders van het platteland kwamen naar de stad op zoek naar werk en kwamen in de fabriek terecht. De toenmalige bazen instrueerden hen hoe zij de machines moesten bedienen. Zelf initiatieven nemen, paste niet. De lopende band zou daardoor alleen maar stagneren. Er werd voor hun gedacht.

In de non-profit is een vergelijkbaar patroon zichtbaar. Aan het begin van de 20e eeuw maakte de Duitse socioloog Max Weber studie van de opkomst van de bureaucratie. Het ideaaltype van de bureaucratie is een zakelijke, efficiënte en eerlijke manier van bestuur, waarbij nepotisme en willekeur zijn uitgesloten. Dat model past bij de positie van de uitvoerende macht: de wet uitvoeren. Er zijn vaststaande regels zonder aanzien des persoons, die worden uitgevoerd door getrainde ambtenaren in een hiërarchische ordening.

Organisatieadviseur Jaap Peters heeft dit klassieke denken over organisaties samengevat met de stelling ‘denken voor de ander’.

Kentering

In onze eeuw is een kentering gaande. In veel sectoren is het begrip ‘professional’ normaal geworden. Die laten zich in het algemeen niet motiveren door instructies: zij willen zelf kunnen bepalen hoe zij werken. Een andere ontwikkeling is dat steeds meer klanten geen standaardproduct willen, maar maatwerk. Dat is zo in de industrie, maar ook in de zorg.

Het organisatie-denken is daarop veranderd. In de profit-sector is sinds de jaren tachtig het model ‘business-unitmanagement’ bekend geworden: kleinschalige units die direct kunnen reageren op de markt. Verder introduceerde Henry Mintzberg het model ‘professionele bureaucratie’ met een centrale plek voor de professional.

Organisatie-ontwikkeling in de zorg

Wat in de zorg gebeurde, heeft Henry Mintzberg voor een deel voorspeld. Veel professionele bureaucratieën zijn ontaard in machinebureaucratieën. Maar er gebeurde meer. Sinds het begin van deze eeuw wordt met wisselend succes gewerkt aan het terugdringen van de overhead en de administratieve regeldruk. Instellingen als de JP van den Bentstichting en Opella zijn daar heel ver mee. Zij geven de professionals veel ruimte om samen met de cliënten keuzes te maken. Niet langer is de machine of het systeem daarvoor leidend. Ook het model van zelforganiserende teams, dat bij veel zorginstellingen vorm krijgt, sluit op hierop aan.

Transitie zorg = opnieuw denken voor de ander?

Is het ‘denken voor de ander’ in de zorgorganisaties aan het einde van zijn levenscyclus gekomen? Ik vrees van niet. Ouddenken is hardnekkig. Daarnaast is mijn waarneming dat de transitie zorg de levenscyclus van het ‘denken voor de ander’ verlengt. Met de grote verantwoordelijkheid en de grote budgettaire belangen rond de zorg, bemoeien ambtenaren van gemeenten zich met het handelen van zorgprofessionals, onder andere door strikte voorschriften rond indicaties. De vraag naar de meerwaarde voor cliënten lijkt uit beeld te zijn.

Het ‘denken voor de ander’ heeft met de transitie zorg, zo is mijn observatie, een heel nieuwe, niet bedoelde impuls gekregen.

Gerelateerde artikelen
Alle artikelen