Functionele cookies

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.

Gepersonaliseerde informatie

Hiermee ontvangt u gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op uw internetgedrag.

In een transformerend sociaal domein is de mantelzorg een vorm van ‘eigen kracht’ waar de overheid veel van verwacht. “Zonder mantelzorgers kan het niet. Dan kunnen we de zorg in Nederland niet overeind houden. Dat besef is de afgelopen jaren doorgedrongen. Bij werkgevers, gemeenten en beroepskrachten. Zij realiseren zich dat het leven zo veel aan waarde wint door betrokkenheid van familie,” zei staatssecretaris Van Rijn deze zomer op een mantelzorgcongres in Bussum.

(Mantel)zorg in de toekomst

In haar advies ‘Een werkende combinatie’ (over het combineren van werken, leren en zorg in de toekomst) concludeerde de Sociaal-Economische Raad (SER) vorige week dat de combinatie van mantelzorg en betaald werk in bepaalde situaties wringt en dat dit in de toekomst nog meer kan gaan knellen. De verbeterde levensverwachting, de toename van het aantal ouderen en het aantal chronisch zieken leiden waarschijnlijk tot meer, intensievere en complexere zorg. Ook de veranderingen in de zorg maken dat de vraag naar mantelzorg toeneemt.

Werkgeversvereniging AWVN kwam (met gevoel voor timing) precies op hetzelfde moment met de uitkomsten van een enquête over mantelzorg onder het Nederlandse bedrijfsleven. De hoofdconclusie: werknemers krijgen van hun werkgevers steeds meer mogelijkheden om mantelzorgtaken uit te voeren. AWVN concludeert dat werkgevers hun verantwoordelijkheid nemen op het vlak van (mantel-)zorgverlof en dat verdere verruiming van de wettelijke mogelijkheden onwenselijk is. Dit met het oog op zaken als verhoging van de arbeidskosten en druk op de concurrentiepositie.

Wie zijn de mantelzorgers?

Veel gemeenten blijken overigens nog niet te weten wie die mantelzorgers in hun gemeente precies zijn. Juist omdat deze mensen denken en handelen vanuit hun eigen kracht, is het niet vanzelfsprekend dat zij actief contact zoeken met de gemeenten. Om diezelfde reden kan het voor een gemeente relatief minder prioriteit hebben om de mantelzorgers te leren kennen. Toch past die situatie niet bij Van Rijns uitspraak: hoe kun je immers samenwerken met een cruciale partner die je niet kent?

Hoe komen al deze verwachtingen en wensen nu bij elkaar? Duidelijk is dat het stelsel op dit moment nog geen sluitend geheel is. Waardoor het probleem uiteindelijk bij de mantelzorgers zelf terecht komt. De grote vraag is nu: wie zorgt er voor de mantelzorger?

Mantelzorger en ik

De Adviesraad Sociaal Domein, waar ik in mijn woongemeente lid van ben, heeft recent een advies over de beleidsnota Mantelzorg gegeven, mede gebaseerd op de inbreng van ervaringsdeskundigen: een mantelzorger en zijn vrouw voor wie hij de hele dag zorgt. In een interview lazen we wat hem hierin drijft en wat het hem kost: ‘Hij doet het uit liefde en vindt het vanuit zijn geloofsovertuiging vanzelfsprekend om je medemens te helpen. Toch geeft hij aan dat het niet altijd vanzelf gaat. Dat je iets van je eigen ‘ik’ kwijtraakt.’

Om mantelzorg een kurk te laten zijn waarop het sociaal domein in ons land drijft, zijn er allereerst mensen nodig die bereid zijn een stukje van hun ‘ik’ af te staan voor een ander. Daarnaast zijn er gemeenten nodig die hun mantelzorgers kennen en maximaal ondersteunen. Er zijn werkgevers nodig die hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen, waar nodig daarin gefaciliteerd door de overheid. En tot slot is er een Rijksoverheid nodig die laat zien dat transformeren uiteindelijk niet iets van programma’s en rapporten is, maar van het afstemmen van je handelen als wetgever op de behoeften van al die mensen die hun kostbare eigen kracht willen delen met een ander.

Gerelateerde artikelen
Alle artikelen