Functionele cookies

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.

Gepersonaliseerde informatie

Hiermee ontvangt u gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op uw internetgedrag.

De transitie zorg en jeugd hebben meer implicaties dan op het eerste gezicht lijkt. Dat merk ik in mijn werk als interim-manager bij Veilig Thuis en als toezichthouder bij een regionale MEE-organisatie. De maatschappelijke opdracht van dergelijke instellingen komt in een ander daglicht te staan, merk ik.

Veilig Thuis

Veilig Thuis is met de transitie ontstaan in 26 veiligheidsregio’s. Samengebracht zijn het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en het Regionale Steunpunt Huiselijk Geweld. Veilig Thuis heeft een ingewikkelde maatschappelijke opdracht: acteren op vermoedens en signalen inzake huiselijk geweld en kindermishandeling. Ga er maar aan staan.

Veilig Thuis ontvangt meldingen, adviseert, analyseert, rapporteert en draagt over. Het eindpunt van een traject bij Veilig Thuis is het stopzetten van geweld en mishandeling en dit in de toekomst voorkomen. Sinds de transitie betekent dit meestal dat een sociaal wijkteam het traject van Veilig Thuis overpakt. Daar hebben gemeenten immers de verantwoordelijk­heid neergelegd om vast te stellen welke zorg wordt ingezet. Veilig Thuis verleent zelf geen zorg. Veilig Thuis is evenmin de enige instelling die zich beweegt op het gebied van veiligheid van gezinnen en kinderen. De Jeugdbescherming, politie, veiligheidshuizen én sociale wijkteams doen dit ook. In veel gemeenten werken de sociale wijkteams nauw samen met een SAVE-team, een Samen-Doen-team of een Regieteam voor de ingewikkeldere situaties. Jeugdbescherming kan zo nodig direct door Veilig Thuis worden ingeschakeld, maar een sociaal wijkteam kan dit ook zelf doen. Al deze partijen hebben dus een andere positie dan vóór de transitie of zijn nieuw opgericht. Dat is noch voor medewerkers van Veilig Thuis noch voor medewerkers van de sociale wijkteams een vanzelfsprekendheid, zo merk ik in Gelderland-Zuid. Veilig Thuis moet anders gaan werken dan voor de transitie, namelijk als een van de partners rond kindermishandeling en huiselijk geweld. Hoe geeft Veilig Thuis als netwerkpartner vorm aan haar maatschappelijke opdracht?

MEE

MEE-organisaties ondersteunen cliënten met een handicap. Deze cliëntenondersteuning is dankzij een effectieve lobby van MEE-Nederland vastgelegd in de Jeugdwet, de Wet langdurige zorg en in de Zorgverzekeringswet. Tot 1 januari 2015 werden regionale MEE-organisaties gefinancierd via een subsidie op basis van de AWBZ. Door de transitie moet MEE zich wenden tot de gemeenten (de belangrijkste financier), de zorgkantoren en de zorgverzekeraars.

In de praktijk valt te constateren dat gemeenten niet via MEE, maar via andere wegen cliënten­ondersteuning organiseren. Medewerkers van MEE doen onder andere mee in de sociale wijkteams. Daar verrichten MEE-medewerkers onder andere cliëntenondersteuning. In een paar regio’s is MEE verdwenen, omdat gemeenten de financiering hebben stopgezet en cliëntenondersteuning op een andere manier organiseren.

De vraag die actueel is, is de vraag naar de maatschappelijke functie van een MEE-organisatie, nu het zorglandschap zo is veranderd.

Van buiten naar binnen

Voor mij blijft de kern bij het beantwoorden van dergelijke vragen: denk van buiten naar binnen. Waar ligt de toegevoegde waarde van de instelling? Het beantwoorden van die vraag is een boeiende opdracht, kan ik uit ervaring zeggen.

Gerelateerde artikelen
Alle artikelen