Functionele cookies

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.

Gepersonaliseerde informatie

Hiermee ontvangt u gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op uw internetgedrag.

Drie essays van Pieter Hilhorst en Jos van der Lans uit de Groene zijn gebundeld in een publicatie Nabij is beter*, uitgegeven door Kwaliteits Instituut Nederlandse Gemeenten (KING). Het hoofdthema van deze essays zijn de beloften van de drie decentralisaties: jeugd, zorg en werk. Zij betogen dat wat in de decentralisaties bij elkaar komt, niet een gril is van Haagse beleidsmakers om het hele sociale domein onder beheer van gemeenten te brengen.

Zij zien het als een conclusie uit tal van overwegingen, discussies, programma’s en experimenten: pogingen om een andere wijze van werken mogelijk te maken, waarbij burgers meer dan in het verleden aan het roer zitten. (Sociale) wijkteams zijn daarvoor een oplossing. De essays bevatten tal van prikkelende observaties en stellingnames over (het waarmaken van) deze beloften.

De essays hebben mij van het begin tot het eind geboeid. Toen ik de essays uit had, bekroop mij echter de twijfel: is dit waar het om het gaat, is dit alles? Er zijn een paar vragen die mij bezig houden.

Noodzaak tot verandering

De noodzaak van verandering is groot, met name in de zorg. Nederland valt internationaal op door de relatief hoge kosten voor care (de voorheen AWBZ-gefinancierde zorg), de relatief hoge kosten voor geestelijke gezondheidszorg en door het - tot voor kort-  hoge aantal uithuisplaatsingen van kinderen in de jeugdzorg. Het is opmerkelijk dat tegelijkertijd wordt gesteld dat de Nederlandse bevolking tot de gezondste en gelukkigste bevolking ter wereld behoort.
Mijn vraag: is hier een tegenspraak of een causaliteit aan de orde?

Verandering vraag tijd en aandacht

De drie decentralisaties – de transitie van het sociaal domein – zijn een forse verandering. En bij veranderingen is bekend dat niet alles in één keer op de goede plek valt. Verandermanagers zeggen niet voor niets dat verandering niet vanzelf gaat en bovendien tijd kost. Daarvoor is niet altijd voldoende oog. Bovendien is er de druk van burgers die hun zorg en ondersteuning niet krijgen (denk bijv. aan de tragiek rond de PGB’s en de rol van de SVB).
Mijn vraag: gunnen we elkaar die tijd en aandacht voor de problematische cliëntsituaties?

Transformatie: welke verandering?

De drie decentralisaties zijn een verandering op het gebied van verantwoordelijkheden (stelsel, systemen, financiering) en niet op het gebied van de inhoud. Dat laatste moet – in de ogen van velen – nog komen. De transitie zou slechts een noodzakelijke voorwaarde zijn. De auteurs spreken niet voor niets van beloften. Dit suggereert dat er de afgelopen jaren op inhoud niets is veranderd. Dat lijkt mij betwistbaar. Movisie bracht bij voorbeeld afgelopen najaar 45 lokale projecten bij elkaar in de publicatie Vernieuwing in dagbesteding.  In de geestelijke gezondheidszorg, in de jeugdzorg en in de ouderenzorg is de laatste 10 jaar onder andere sprake geweest van een forse afbouw van het aantal bedden.
Mijn vraag: wat streven we na met transformatie, anders dan het opbouwen van sociale wijkteams?

*Lees de drie essays van Pieter Hilhorst en Jos van der Lans uit de Groene in de publicatie 'Nabij is beter'.

Gerelateerde artikelen
Alle artikelen