Functionele cookies

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.

Gepersonaliseerde informatie

Hiermee ontvangt u gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op uw internetgedrag.

Ruim een jaar na de decentralisaties in het sociaal domein is de (door)ontwikkeling in de nieuwe situatie volop bezig. Transformatie heeft immers tijd nodig. Ondertussen lijkt vooral het ‘gedoe’ de pers te halen: achterstanden in PGB-betalingen, vermeende rechtsongelijkheid tussen gemeenten, rinkelende alarmbellen bij de Jeugdzorg, omvallende zorginstellingen en gemeenten in de problemen met hun accountantsverklaring over 2015.

Opmerkelijk weinig aandacht lijkt er te zijn voor juist de cruciale factor in de transformatie: de medewerkers. Er komt veel op hen af, zowel in organisaties die meer taken hebben gekregen als in organisaties waar taken zijn losgelaten. Aan de voorkant van het proces, bij de consulenten in de sociale (wijk)teams, is de impact misschien wel het allergrootst. Deze consulenten komen uit ‘oude’ gemeentelijke rol of hadden vroeger elders een hulpverlenersrol. In beide gevallen moeten ze zich een hele nieuwe manier van werken eigen maken.

Hun verantwoordelijkheid in het (toekennings)proces is groter, hun werk vindt veel meer ‘buiten’ plaats. De consulenten moeten professionele en informele hulp zien te verbinden, ze krijgen veel politieke aandacht voor hun werkveld en de professionals met een specialistische achtergrond moeten zich vaak meer generalistisch gaan ontwikkelen. Ook raken steeds meer financiële en procesmatige aspecten verweven met het consulentenwerk.

“Wil je echt anders gaan werken, dan moet je juist bij de medewerkers beginnen.” Arno van der Lee

Het kan niet anders dat een dergelijke combinatie van impactfactoren veel doet met deze mensen die iedere dag weer hun plek innemen ‘tussen het stelsel en de inwoner’. Daarmee zijn ze tegelijkertijd de kurk waarop de hele transformatie drijft. Dit alles bij elkaar maakt het onterecht om ze over het hoofd te zien in de vele discussies die er over de transformatie gevoerd worden. Sterker nog: wil je echt anders gaan werken, dan moet je juist bij de medewerkers beginnen. Zo werkt dat bij veranderingen.

Dat betreft uiteraard de medewerkers van nu, maar zeker ook ‘de medewerkers van de toekomst’. Het is daarom belangrijk dat gemeenten vanuit de beschikbare data en op grond van de huidige ontwikkelingen een zo goed mogelijk beeld  vormen van ‘de vraag van 2018 en verder’. Om vervolgens op grond daarvan de meerjarige personele keuzes te maken die hierbij passen. Ook elders in het stelsel zie je voorbeelden van dit soort vooruitdenkwerk.

Student is gemeentelijke consulent van de toekomst

Bijvoorbeeld bij de Hanzehogeschool Groningen: daar startte dit studiejaar binnen de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening (SJD) de specialisatie ‘Gemeente in Sociaal Domein’ als pilot. Vanuit de gedachte dat de studenten van nu de gemeentelijke consulenten van de toekomst zijn, biedt deze hogeschool een programma aan, dat laat zien dat de verbinding met de praktijk op waarde wordt geschat. Daarnaast blijkt, mede uit de aandacht voor zaken als gespreksvaardigheden en mediation, dat het programma terecht voorsorteert op opgeleide ‘verbinders’.

Op deze manier wordt handen en voeten gegeven aan het versterken van de ‘eigen kracht’ van de medewerker van de toekomst. Dit wordt een cruciale factor in het succes van de transformatie.

Gerelateerde artikelen
Alle artikelen