Functionele cookies

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.

Gepersonaliseerde informatie

Hiermee ontvangt u gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op uw internetgedrag.

Het lijkt een voor de hand liggend en juist uitgangspunt: met de Transitie Jeugdzorg worden de gemeenten verantwoordelijk voor de zorg van hun eigen jeugd. Het criterium daarvoor is het zogenoemde woonplaatsbeginsel: alle kinderen die in de gemeente wonen. Dat komt over als een helder criterium. Was het maar waar.

Woonplaatsbeginsel niet sluitend

De complicatie is dat de feitelijke woonplaats niet het doorslaggevende criterium is geworden, maar de gemeente waar de met het gezag belaste ouder of opvoeder woont. Kinderen kunnen wel eens (even) in een andere gemeente wonen (zeker als er problemen zijn), en dan moet er duidelijkheid zijn. Gemeenten willen de zorg betalen voor de kinderen van de in de gemeente wonende, met het gezag belaste ouders. Dat klinkt als een logisch en sluitend verhaal. En dat is het ook - zij het alleen in de wereld van de systemen.

In de wereld van (jeugd)zorg is dat verhaal minder sluitend. Kinderen die jeugdzorg nodig hebben, hebben soms ouders die zijn gescheiden. Bij een scheiding wordt een van de ouders met het gezag over een kind belast. Welke ouder met het gezag is belast, zegt niets over bij welke ouder het kind feitelijk woont. En het is ook niet zeker dat de keuze van het kind onveranderlijk is of dat de met het gezag belaste ouder nooit naar een andere gemeente verhuist. Bovendien blijkt het juist bij jeugdzorgproblematiek ook nogal eens om zogenoemde vechtscheidingen te gaan. Dat type scheidingen maakt effectieve communicatie tussen beide gescheiden ouders en de hulpverlener niet gemakkelijker.

“Toegevoegde waarde is er alleen voor elke gemeente afzonderlijk.” Leo Euser

Welke maatschappelijke waarde is aan de orde?

Frank Candel, bestuurder van Intermetzo, heeft een boeiende blog geschreven over kloppende cijfers, waarin hij onder andere refereert aan de puzzels van Intermetzo in het overleg met de gemeenten. Hij laat onder andere zien dat het om meer gaat dan een enkel kind. Wat hij ook vertelt, is welke inspanningen nodig zijn om het allemaal scherp in beeld te krijgen. Ook in andere gemeenten is dat gebeurd. Over de kosten van die inspanningen zal ik het maar niet hebben.

Waarover ik het wel wil hebben, is de toegevoegde waarde van al deze discussies, definities en inspanningen. Die toegevoegde waarde is er volgens mij alleen voor elke gemeente afzonderlijk. Als het allemaal is uitgezocht, weet elke afzonderlijke gemeente dat het alleen voor die kinderen zorg betaalt die volgens een bepaalde definitie binnen de eigen gemeente wonen. Wat dit te maken heeft met de kwaliteit van jeugdzorg vermag ik nog niet in te zien.

Gerelateerde artikelen
Alle artikelen