Gelukkig heb ik de juiste keus gemaakt 12,5 jaar geleden. De veranderlijkheid van de zorg en dat je iets kan betekenen voor een ander sprak me toen al aan. Als 16-jarige werkte ik bij de thuiszorg om de huizen schoon te maken van de (vooral) ouden van dagen. Koffiedrinken hoorde daar dan ook bij, maar daar had ik moeite mee. Liever ging ik eerder weg om alvast naar de volgende te gaan. Efficiënt toch, dan was ik weer eerder thuis. Totdat ik echter door kreeg, dat juist het koffiedrinken voor veel mensen een belangrijk onderdeel van mijn aanwezigheid was. Wat een diversiteit aan mensen leer je zo kennen. Hoezo makkelijk werk? Bij de één moet alles spik en span zijn, bij de ander hoeft (of kan) dat niet. Een diversiteit aan mensen kom je tegen. Overigens werd de huishoudelijke hulp toen nog uit de AWBZ betaald.
Vervolgens ben ik in de particuliere thuiszorg gaan werken. Daar kon ik met wat til- en verbandcursussen gelijk aan de slag. Het voordeel voor de cliënt van particuliere thuiszorg? De flexibiliteit en tegelijkertijd de stabiliteit! Waar mijn opa en oma in de loop van het jaar toch zeker 50 verschillende mensen over de vloer hebben gehad, kwam ik indertijd dag in dag uit bij dezelfde drie mensen op de door hen aangevraagde tijden. En deze mensen hadden teams van maximaal vijf vaste medewerkers.
// Overigens werd deze particuliere thuiszorg toendertijd deels bekostigd door middel van een PersoonsGebonden Budget. //
Tijdens mijn studie Beleid Management Gezondheidszorg, hoorde ik van veel medestudenten praktijkverhalen vanuit ziekenhuizen, verpleeghuizen, fysiotherapiepraktijken etc.. De colleges werden regelmatig (in mijn ogen) verstoord door discussies van medestudenten 'dat dit in de praktijk niet zo werkte'. Daar en toen heb ik me voorgenomen om altijd naar de mogelijkheden te kijken in de zorg die er wel zijn. Overigens hadden ze helaas een punt.
Sinds ik als zorgconsultant projectmatig werk en verschillende ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, thuiszorginstellingen, gehandicaptenzorginstellingen, jeugdzorginstellingen en instellingen voor de geestelijke gezondheidszorg heb leren kennen, moet ik zeggen dat de verhalen van m'n medestudenten misschien toch wel dichtbij komen. Overigens, ik blijf erbij dat je naar de mogelijkheden moet kijken en van daaruit moet werken.
Ik vraag me weleens af, wanneer je werk er nou echt toe doet. Wanneer draag je wat bij aan de zorg? Deed ik dat eerst toen ik in het primaire proces aan het werk was en de reacties van de gezichten kon aflezen? Of doe ik dat nu door telkens met beleid en financiering van dat beleid bezig te zijn? Dat is een kip-ei verhaal is mijn voorlopige conclusie, want beide heb je nodig om goede zorg te kunnen bieden. Maar één ding is zeker, mijn drijfveer om in de zorg te werken, is onverminderd aanwezig. Op naar het zilver!