Het woord komkommertijd wordt vaak gebruikt om de zomermaanden te typeren. Voor een deel snap ik dat, voor een deel helemaal niet.
Waarom ik het snap, heeft o.a. te maken met mijn studententijd. In die tijd werkte ik in de zomer bij een tuinder in de komkommerkas. Planten snoeien, komkommers oogsten. Mijn herinnering laat zich vooral typeren als: hoe warm het was.
In relatie tot mijn werk heb ik andere herinneringen. Als ik eind 1987 de consultancy-business instap, zegt de oprichter en eigenaar van het bureau tegen mij: " het succes van ons kleine bedrijf wordt bepaald door hoe we de vakantieperiode doorkomen. Ik ga ervan uit dat de maanden juli en augustus samen een normale maandomzet opleveren. Een jaar heeft voor de omzetberekening voor mij dus 11 maanden." Het duurt één jaar dat ik mij daaraan hou. Daarna is mijn zomeromzet vrijwel steeds hoger.
Het is midden jaren negentig. Ik ben als adviseur betrokken bij een reorganisatie van een bedrijf van ca. 500 medewerkers. Er moet een werkconferentie met medewerkers worden gepland. De gedachte is: 2e week van augustus. Het verweer is voorspelbaar: dat is de vakantietijd, dat kan niet. Mijn verweer is: sinds wanneer hebben medewerkers 8 weken vakantie? Ik zet mijn plan door en de werkconferentie wordt een groot succes. Hoezo komkommertijd?
Momenteel ben ik actief bij twee jeugdzorgorganisaties. Dat het vakantietijd is, merk ik alleen op de weg. Al het andere gaat gewoon door en in een rap tempo. Mijn agenda zit tot mijn vakantie overvol.
// Komkommertijd is het alleen op de weg, niet in het werk. //
De enige reden die ik kan bedenken om de zomerperiode komkommertijd te noemen, is het feit dat ook/zelfs ik een vakantie plan. Dan kan ik een aantal weken niet productief zijn (en dat is een heel prettig idee). Dat laat zich zakelijk komkommertijd noemen, privé ervaar ik dat een slag anders.
Het effect is dat ik de laatste paar weken voor de start van mijn vakantie, tegen iedereen roep: ik ben er ook aan toe, want ik ben moe. Vorig jaar heb ik geen vakantie kunnen plannen en ben ik ook niet weg gegaan. Geen moment heb ik toen gedacht: ik ben moe, ik heb vakantie nodig. Dit jaar is het anders.
De oude spirituele wet blijkt maar al te waar: wat je uitstraalt, krijg je terug.