De Minister van VROM heeft aan de gemeente Margraten een aanwijzing (als bedoeld in artikel 4.4 Wro) gegeven. De gemeente wilde 32 woningen realiseren in het Heuvelland. De oude beleidsvisies zijn nog niet vertaald in de nieuwe instrumenten uit de Wro. Komt de Minister hierdoor niet in de knoop met de eigen wetgeving?
Pikant detail daarbij is nog dat de Rijksadviseur voor het Landschap (Ministerie van LNV) een week voordat de Minister van VROM tot de aanwijzing kwam aan Margraten een prijs heeft uitgereikt voor het goede beheer van het Heuvelland.
Wro: scheiding van normstelling en beleid
Op 1 juli 2008, toen de Wet ruimtelijke ordening (Wro) na een doorlooptijd van ruim tien jaar in werking is getreden, veranderde de wereld van de ruimtelijke ordening niet wezenlijk. Of toch wel? De Wro heeft niet geleid tot heel veel beleidsmatige keuzeveranderingen. Allerlei instrumenten uit de oude wet (WRO) die in het allereerste wetsontwerp waren verdwenen, kwamen met andere benamingen weer terug.
Verplichtingen en keuzemogelijkheden
Elke bestuurslaag heeft nu dezelfde verplichte instrumenten. Gemeenten zijn verplicht bestemmingsplannen en een structuurvisie vast te stellen voor hun grondgebied, provincies hebben ook een verplichting om een structuurvisie vast te stellen en bovendien de mogelijkheid om een verordening vast te stellen en het Rijk is verplicht een structuurvisie vast te stellen en kan een AMvB vaststellen.
Aanwijzingen
De Wro is gebaseerd op een scheiding van normstelling en beleid. Beleid komt in een structuurvisie, normstelling in een bestemmingsplan, provinciale verordening of AMvB. Indien er strijd is met hoger beleid, kan er een proactieve of reactieve aanwijzing worden gegeven. De rechtsliteratuur gaat ervan uit dat een reactieve aanwijzing pas kan worden geven als alle normstellende instrumenten zijn gebruikt én er een proactieve aanwijzing is gegeven. Dat geldt evenzeer voor de Minister van VROM, die een aanwijzing geven zou kunnen geven indien nationale belangen dit noodzakelijk maken met het oog op een goede ruimtelijke ordening.
Overgangsrecht
Het Ministerie van VROM maakt gebruik van het overgangsrecht dat bij de Wro hoort. De reeds geldende PKB’s (met alle gebreken van dien) gelden nu als structuurvisie van het Rijk. Op zich werkte het systeem van PKB’s ook goed met name op basis van de verheldering van hun status door de jurisprudentie.
// Ik vraag me echter af of het Rijk hiermee wel het goede voorbeeld geeft. //
Sanctionering
Bij de parlementaire behandeling van de Wro gaf de Minister van VROM aan dat het niet nodig was om het nalaten van het verplichte gebruik van de beleidsinstrumenten in de Wro van een sanctie te voorzien. De uitwerking van de ruimtelijke instrumenten was een verantwoordelijkheid van de overheden zelf en er werd op vertrouwd dat de besturen hun verantwoordelijkheid zouden nemen. Het is daarom verwonderlijk dat het Ministerie zelf nog ruim twee jaar nodig zal hebben om het door haar gewenste ruimtelijke beleid vast te leggen in een AMvB Ruimte. Er is dus geen nieuw kader voor het Rijksbeleid. Komt de Minister van VROM daarmee niet in de knoop met de door hetzelfde Ministerie geïnitieerde wetgeving? We zullen het vanzelf zien. Ik ben benieuwd!