Dit voorjaar presenteerde het Kabinet al maatregelen en extra middelen om de gevolgen van de economische crisis te bestrijden. Met de Crisis- en herstelwet wordt een volgende stap gezet: Het kabinet wil met het op prinsjesdag ingediende wetsvoorstel de procedures voor grote projecten versnellen.
// Na een recente uitspraak van het Europese Hof lijkt deze poging tot procesversnelling echter steeds meer op de processie van Echternach; drie stappen vooruit, twee stappen terug! //
Drie stappen vooruit…
Een van de aangekondigde maatregelen in de Crisis- en Herstelwet betreft de verplichtingen voor milieueffectrapportages (MERs). Deze MERs moeten worden gemaakt om de effecten op het milieu en de omgeving van een nieuw of gewijzigd project (bijvoorbeeld de bouw van een woonwijk) te toetsen. Niet in alle gevallen moet een MER worden gemaakt, maar als het wel moet is de uitkomst van de MER bepalend voor de vergunningverlening ten behoeve van projecten. In de praktijk wordt het maken van een rapport als last ervaren. Het Kabinet wil deze last verlichten en de procedure verkorten door de strengere MER-voorwaarden die in Nederland gelden ten opzichte van de Europese MER-richtlijnen (tijdelijk) niet van toepassing te verklaren. Het is straks niet meer nodig om in het MER alternatieven te beschrijven. Daarnaast hoeft ook de Commissie voor de milieueffectrapportage niet meer om advies gevraagd te worden.
… en weer twee stappen terug!
Net nu de Raad van State het wetsvoorstel met deze constructie heeft beoordeeld en tot de conclusie is gekomen dat dit niet in strijd is met de Europese MER-regels, oordeelt het Europese hof dat Nederland die Europese MER-regels niet goed in Nederlandse wetgeving heeft omgezet.
Het Hof oordeelt dat er in Nederland bij het bepalen of een MER al dan niet verplicht is te veel wordt gekeken naar alleen de omvang van het project, en te weinig naar de aard en de ligging. Dit heeft tot gevolg dat sommige projecten die naar omvang niet groot zijn, maar door de aard en de ligging (bijvoorbeeld dichtbij een beschermd natuurgebied) wel grote milieubelasting tot gevolg zouden kunnen hebben, in Nederland onterecht uitgezonderd zijn van de MER-plicht, volgens het Hof.
De Europese MER-regels hebben rechtstreekse werking. Dit betekent dat gemeenten en provincies na deze uitspraak zelf rekening moeten houden met dit oordeel. Ze kunnen niet meer alleen uitgaan van de Nederlandse wetgeving bij het verlenen van vergunningen met of zonder MER. Er zullen dus naar verwachting vaker MERs uitgevoerd moeten worden voor kleinere projecten die qua ligging en aard schadelijke milieueffecten kunnen hebben.
De versnelling en vereenvoudiging die de Crisis- en Herstelwet beoogt, wordt zodoende (nog voordat deze wet in werking treedt) alweer (deels) tenietgedaan door deze uitspraak.