Nieuwe crisis voor bouwend Nederland?!

Door: Martijn Ganzevles, 30 juli 2009

Sinds eind april lopen vele honderden bouwprojecten in Nederland een groot juridisch risico. En dat terwijl de kredietcrisis voor steeds meer onzekerheid en vertraging zorgt in gebiedsontwikkelingsland. Twee tegenstrijdige uitspraken van voorzieningenrechters (nota bene van dezelfde Arnhemse Rechtbank!) zorgen voor grote onduidelijkheid. Zijn 'oude' vrijstellingen nu wel of niet (meer) toepasbaar?

Wat is er aan de hand?
Onder de nieuwe Wro zijn de 'oude' artikel 19 lid 1 en 2 WRO-vrijstellingen niet meer mogelijk. Gemeenten hebben op de valreep (vóór de inwerkingtreding van de nieuwe Wro per 1 juli 2008) massaal zogenaamde 'losse' aanvragen (= zonder bouwaanvraag) voor deze vrijstellingen ingediend of laten indienen. Zo wilden ze nog gebruik maken van de praktische voordelen die deze procedures boden. De gemeenten verlenen nu de bijbehorende bouwvergunningen (allemaal aangevraagd ná 1 juli 2008). In de bezwaarfase blijkt bij de voorzieningenrechter dat er tegenstrijdige interpretaties van het overgangsrecht mogelijk zijn. Het ministerie van VROM was (en is) van mening dat de oude vrijstellingen nog steeds toepasbaar zijn. Één voorzieningenrechter schorste eind april een bouwvergunning, omdat hij vond dat dat niet meer kan. Een andere gaf half juli uitdrukkelijk aan dat het volgens hem wél kan (al schorste hij vervolgens toch de bouwvergunning, om een andere reden.)

Gevolgen
Deze onduidelijkheid heeft verstrekkende gevolgen; de kans is groot dat bouwplannen die via deze constructie vergund zijn allemaal geschorst worden, totdat er een definitief eindoordeel komt in deze kwestie.

//De vertraging die dit kan opleveren bedraagt al gauw anderhalf jaar, als VROM niet snel ingrijpt.//

Geen schoonheidsprijs
Persoonlijk kan ik me wel vinden in de VROM-redenering, die ook in de uitspraak van 17 juli jl. wordt gevolgd. De manier waarop het overgangsrecht is geformuleerd verdient naar mijn idee geen schoonheidsprijs, maar de bedoeling van de wetgever is duidelijk. Met 'oude' vrijstellingen kun je ook 'nieuwe' vergunningen verlenen (zie ook de memorie van toelichting bij art. 9.1.10 Invoeringswet Wro). De lijn die de voorzieningenrechter in de uitspraak van 22 april jl. volgt, is volgens mij te strikt en theoretisch. Ik heb zelf nog geen praktisch bezwaar tegen de VROM-redenering kunnen vinden (al sta ik uiteraard open voor andere meningen; reageer dus vooral op dit blog!).

Herstel aanstaande!?
Vanuit de praktijk is er al eerder op gewezen dat deze situatie zich zou gaan voordoen. Toch besteedt de Wro-reparatiewetgeving die op dit moment in procedure is hier geen aandacht aan (zie artikel van Klijn en Leijh in Cobouw). Het schijnt dat de aanstaande Crisis- en Herstelwet de broodnodige duidelijkheid zal verschaffen (zie artikel Leijendeckers in Newsflash Real Estate & Construction, 2009, nr. 1). Het is de bedoeling dat deze wet per 1 januari aanstaande in werking treedt. De ontwerptekst van het wetsvoorstel ligt momenteel voor advies bij de Raad van State. De tekst is nu nog niet openbaar. De onzekerheid duurt voorlopig dus nog even voort…



Martijn Ganzevles | 04 augustus 2009 - Geachte JvR, Bedankt voor uw reactie. Met u ben ik van mening dat het nu echt tijd is voor actualisatie van bestemmingsplannen. U hebt het over het "oeverloos" gebruik van een oude vrijstelling voor nieuwe bouwvergunningen, maar de actualiseringsplicht van het bestemmingsplan waarvan vrijstelling is verleend blijft natuurlijk gelden. Afhankelijk van de leeftijd van dat plan (zal niet al te jong zijn, anders was een vrijstelling waarschijnlijk niet nodig) zal er binnen afzienbare tijd (zeker binnen 10 jaar) een actueel bestemmingsplan moeten zijn. Hierdoor kunnen gemeenten met oude vrijstellingen de termijn van verplichte verwerking van een projectbesluit in een bestemmingsplan weliswaar tijdelijk "ontwijken" zonder dat dit financiële consequenties heeft (m.b.t. leges), maar ze kunnen de actualisering niet ontlopen. Bovendien zijn er ook veel gemeenten die, vooruitlopend op een nieuw bestemmingsplan dat al/nog in procedure was/is, met artikel 19 lid 2 WRO-vrijstellingen (op basis van een algemene verklaring van de provincie) de uitvoering van dat bestemmingsplan willen en kunnen versnellen. Volgens mij wordt de constructie van oude vrijstelling - nieuwe bouwvergunning niet (alleen maar) gebruikt door gemeenten die laks zijn met de actualisatie van hun bestemmingsplannen, maar juist (en ik denk voornamelijk) door gemeenten die de praktische voordelen van de oude vrijstellingen nog voor hun burgers (en zichzelf natuurlijk) willen benutten. Met betrekking tot uw opmerking over de verwijzing naar de MvT; u hebt gelijk, genoemd artikel gaat alleen over de afhandeling van "oude" verzoeken om vrijstelling. M.i. gaat het in deze discussie in feite om de interpretatie van de zin "Ingevolge dit artikel blijft een met toepassing van artikel 19, eerste of tweede lid, WRO verleende vrijstelling een rechtsgeldig besluit, dat ook onder de Wro nog kan worden geëffectueerd". Vat je dit (net als VROM) ruim op en kun je hiermee dus ook nog bouwvergunningen verlenen, of kijk je er strikt naar en worden deze vrijstellingen in feite vrijwel dode letters (consequentie van uw zienswijze). Voor beide interpretaties valt wat te zeggen; ik ben persoonlijk erg benieuwd hoe dit verder verloopt/afloopt!
JvR | 04 augustus 2009 - Ik zie zo'n oude vrijstelling inderdaad ook als een losse vrijstelling waarover in het verleden volop is geschreven in relatie met een later verleende bouwvergunning. Wanneer deze "later" gebruikt werd om een "nieuwe bouwvergunning" te verlenen kwam die losse vrijstelling weer tot leven en stond open voor beroep. De koppeling van een nieuwe BV aan een oude vrijstelling kan geprobeerd worden om de klant ter wille te zijn. Prima en na 6 weken had het zo maar een onherroepelijk besluit kunnen zijn (en helaas voor de klant is het trucje niet gelukt). De koninklijke weg bij het behandelen van aanvragen om BV houdt in dat deze behandeld moeten worden naar de stand van het recht bij ontvangst. Er is geen vervanger van de vrijstelling in de nWro en n.m.m. is dat ook de bedoeling van de wetgever geweest, want als die oude vrijstellingen maar oeverloos aan nieuwe BV's gehangen kunnen worden, komen er nooit nieuwe bestemmingsplannen. Met projectbesluiten gebeurt die actualisering wel, tenzij de gemeente de leges bewust laat lopen. M.a.w: het is op met de oude losse vrijstellingen, de streep is gezet op 1-7-08: het is nl. tijd voor de actualisering van bestemmingsplannen! Dus aan de bak allemaal. Ik ben het overigens niet eens met uw vermelding naar de Mvt m.b.t. 9. 1.10 dat gaat n.m.m slechts om de afhandeling van verzoeken om vrijstelling ingediend voor 1-7-08 en niet om de behandeling van aanvragen om bouwvergunning ingediend na 1-7-08.


Reageer

Naam :
Email :
Vul hieronder de verificatiecode in :

Reactie:
 

Martijn Ganzevles