Net zo goed als gebiedsontwikkeling zelf nog een ‘vage’ term is, waarvoor honderden verschillende definities bedacht zijn en worden, is het proces van gebiedsontwikkeling nog lang niet uitgekristalliseerd. Misschien is dat ook wel onmogelijk, omdat ieder gebiedsontwikkelingsproject uniek is en zijn eigen weg met verschillende obstakels kent. Daarom kan een afgebakende vaststaande projectstructuur ook niet zomaar één op één op een gebiedsontwikkelingsproject worden toegepast.
Voorbereiding
De hoofdlijnen van een vaste projectstructuur/fasering kunnen echter wel degelijk van groot nut zijn bij gebiedsontwikkeling. De belangrijkste fase daarbij is, in mijn ogen, de voorbereidende fase, initiatieffase, analysefase of wat voor term je er dan ook aan wilt koppelen. Wanneer je als projectleider werkt om vorm te geven aan een gebiedsontwikkelingsproject is het van onschatbaar belang om bij aanvang helder te hebben wat de beoogde doelen zijn en of deze doelen doordacht en reëel zijn.
// Neem uitgebreid de tijd voor de voorbereiding. Ook (of juist!) als je onder druk wordt gezet en er ‘snel resultaten worden verwacht’. //
Reële doelstellingen
Natuurlijk komt het voor dat je de gestelde doelen gedurende het project bijstelt; het kan ook gebeuren dat je project (al dan niet tijdelijk) stopt vanwege onverwachte externe factoren (die je uiteraard in je risicoanalyse wel hebt benoemd?!). Zeker in de huidige tijd hoort dat er bij. Het kan alleen niet zo zijn dat je je project moet bijstellen of zelfs genoodzaakt bent er mee te stoppen doordat je doelstellingen bij de start al niet helder en goed doordacht waren.
Helaas komt het bij overheden nog al te vaak voor dat er wordt geroepen dat er voor een bepaald gebied NU een project moet worden opgestart. Er wordt een voorbereidingskrediet geregeld en beginnen maar….! Zonder daar echt bij na te denken.
Mislukking
Zo bedacht een gemeente eens dat men zelf een ‘natuurvakantiepark’ moest ontwikkelen. Het bestaande gebied was verrommeld en moest aantrekkelijker worden gemaakt voor mogelijke recreanten. Bovendien kon men daar veel mee verdienen. Geld, dat dan gebruikt kon worden voor broodnodige investeringen in de omliggende natuur. Nog afgezien van de vraag of de overheid zich überhaupt zou moeten bezighouden met een dergelijke ontwikkeling, startte men met het project zonder te onderzoeken of er in het betrokken gebied wel markt is voor een vakantiepark. Daarnaast had men niet in kaart gebracht welke landschappelijke aanpassingen nodig waren en wat voor kosten daar ongeveer mee gemoeid zouden zijn. Het project liep al drie jaar….
Het zal niemand verbazen dat de landschappelijke kosten zo hoog bleken te zijn dat alleen een sluitende exploitatie kon worden bereikt door een zeer dichtbebouwd vakantiepark te realiseren. De marktanalyse wees vervolgens uit dat een klein vakantiepark weliswaar toekomst zou hebben, maar dat een grootschalig vakantiepark nooit op een gezonde wijze geëxploiteerd zou kunnen worden. Gevolg: drie jaar geld, tijd en energie gestoken in een bij voorbaat kansloos project en plaatselijk recreatieve ondernemers zeer teleurgesteld.
Dit scenario had overduidelijk voorkomen kunnen worden als er bij aanvang van het project meer tijd was gestoken in het formuleren van realistische doelstellingen.