Eind vorige maand kopte Binnenlands Bestuur 'Twijfels over mankracht gemeenten voor Horecawet'. Koninklijke Horeca Nederland (KHN) maakt zich zorgen of er wel voldoende mensen zijn voor het controleren en sanctioneren van haar leden. Dat is toch vergelijkbaar met een koeriersbedrijf dat zich afvraagt of er wel voldoende wordt geflitst.
Wat is hier aan de hand?
// Na de invoering van de nieuwe Drank- en Horecawet op 1 januari 2013 mogen gemeenten hun eigen toezichts- en handhavingsbeleid voor de horeca bepalen. //
Nu vreest KHN dat de commerciële horeca (reguliere cafés en restaurants) harder wordt aangepakt dan de zogeheten paracommerciële horeca (zoals sportkantines, studentenverenigingen, dorps- en gemeenschapshuizen ). Zij vrezen oneerlijke concurrentie van deze verenigingen en stichtingen. En dat is niet geheel onterecht. Dit hangt mijns inziens echter niet direct samen met de handhavingscapaciteit. Ik verwacht namelijk dat de mate van toezicht sowieso verbetert ten opzichte van Voedsel-en Warenautoriteit (VWa). Al is het maar omdat de gemeente de lokale situatie op zijn duimpje kent. Bovendien is het bij de gemeente makkelijker klagen dan bij een rijksdienst. Een telefoontje naar een raadslid is zo gepleegd.
KHN heeft meer te vrezen van de nieuwe gemeentelijke verordening over - onder meer - paracommercie. Met deze verordening kunnen gemeenteraden de schenktijden bij paracommerciële inrichtingen bepalen én verruimen ten opzichte van de huidige situatie. Ook kunnen de raden zelf bepalen of en zo ja hoeveel bijeenkomsten van persoonlijke aard (bruiloften, verjaardagen, partijen) er mogen worden gehouden in bijvoorbeeld de voetbalkantine. Dat kan echt oneerlijke mededinging tot gevolg hebben.
Daar komt bij dat in tijden van economische crisis de subsidiekraan voor veel verenigingen en instellingen wordt dicht gedraaid. De kans is groot dat als goedmaker de horecamogelijkheden worden verruimd. Hierdoor kan de sportclub, het buurtcentrum of poppodium simpelweg meer geld verdienen om de eigen broek op te houden. Deze tendens is al ingezet. Het stuit niet alleen op verzet vanuit het oogpunt van eerlijke mededinging. Het staat ook op gespannen voet met het streven naar alcoholmatiging. Als barvrijwilliger je beste vriend een biertje weigeren, omdat hij al te veel op heeft dan moet je sterk in je (voetbal)schoenen staan.
Gemeenten krijgen vanaf 1 januari 2013 één jaar de tijd om de lokale horecaverordening vast te stellen. Dat wordt vast een levendige discussie!