De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is tijdens de crisis in werking getreden. Het is daarom niet vreemd dat van de mogelijkheid tot het toepassen van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo nog niet veel gebruik wordt gemaakt. Gemeenten zijn wel bezig beleid te formuleren voor de toepassing van dit artikel maar de aanvragen voor grote projecten blijven achter.
Actualisering bestemmingsplannen
Door de wettelijke plicht om bestemmingsplannen op 1 juli 2013 op orde te hebben (actualisering op straffe van het niet mogen heffen van leges voor omgevingsvergunningen die zijn verleend op grond van een bestemmingsplan dat ouder is dan 10 jaar), hebben veel gemeenten nog een behoorlijke taakstelling om het gehele gebied van de gemeente te voorzien van bestemmingsplannen die jonger zijn dan 10 jaar. Juist voor die actualiseringsslag is het mijns inziens handig om projecten te realiseren door middel van het afwijken van het bestemmingsplan op grond van 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo. Die projecten worden dan buiten een reguliere bestemmingsplanprocedure gehouden, waardoor dat plan een conserverend karakter krijgt en er minder risico bestaat op onderzoeken met procedurevertragende uitkomsten.
Verklaring van geen bedenkingen
Indien wordt afgeweken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo dient de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen af te geven (artikel 6.5 lid 1 Besluit omgevingsrecht (Bor)). De gemeenteraad kan op grond van artikel 6.5 lid 3 Bor categorieën van gevallen aanwijzen waarin een verklaring niet is vereist. Er is in de wet geen delegatiemogelijkheid opgenomen. Bevoegd gezag is het college van burgemeester en wethouders, het bestuursorgaan (in dit geval de gemeenteraad) dient een verklaring van geen bedenkingen af te geven. Doet zij dit niet, dan moet de aanvraag om omgevingsvergunning worden geweigerd.
// De Wabo leidt nog niet tot een stroomlijning van procedures op alle fronten. //
Ontwerpverklaring van geen bedenkingen
Door het ontbreken van een delegatiemogelijkheid is er onduidelijkheid over de totstandkoming van de verklaring van geen bedenkingen. In artikel 3.11 Wabo wordt aangegeven dat er in ieder geval een ontwerpverklaring tegelijkertijd met het ontwerpbesluit ter inzage wordt gelegd. Dit duidt er volgens een stroming in de literatuur op dat een ontwerpverklaring van geen bedenkingen moet worden vastgesteld door de gemeenteraad. Dit zou betekenen dat er in ieder geval twee keer een voorstel van het college naar de gemeenteraad moet worden gezonden want over de definitieve verklaring kan alleen de gemeenteraad beslissen.
Mijns inziens kan het opstellen van een verklaring als voorbereidingshandeling door het college worden uitgevoerd. Dat wordt immers ook gedaan met een bestemmingsplan. De gemeenteraad beslist over het bestemmingsplan immers ook pas bij de vaststelling. De wet spreekt zich er in ieder geval niet over uit dat het bestuursorgaan een ontwerpverklaring dient vast te stellen.
Afdeling bestuursrechtspraak
Hoe de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hierover denkt is nog niet bekend omdat er naar mijn weten nog geen uitspraken zijn. Als de Afdeling zich uitspreekt dat de raad zowel over het ontwerp vvgb als het definitieve vvgb moet beslissen, kan van een versnelde procedure niet meer worden gesproken en lijkt de Wabo een farce.